De omvangrijke vaste collectie, die in het B.C. Koekkoek-Huis getoond wordt, omvat schilderijen van B.C. Koekkoek, van zijn wijd vertakte familie, zijn leerlingen en tijdgenoten. De kern van de collectie zijn de landschapsschilderijen van B.C. Koekkoek en – iets uitzonderlijks in zijn oeuvre – een portret van een vrouw met als achtergrond een landschap.
Geen van zijn landschappen is voor honderd procent realistisch of een topografisch getrouwe afbeelding. Hij componeerde zijn werken met elementen uit de werkelijkheid en niet bestaande landschappen om zo zijn persoonlijk idee van een ideale natuur te verkrijgen. Deze “herscheppingen” zijn daarom uniek en bijzonder.
Een ander zwaartepunt van de vaste collectie vormen de schilderijen van familieleden van B.C. Koekkoek. Het schildersgeslacht Koekkoek omvat vijf generaties en bestaat uit 17 kunstenaars en kunstenaressen en is zo de grootste kunstenaarfamilie uit de kunstgeschiedenis. Hier vinden we veel werk van de vader van B.C. Koekkoek, Johannes Hermanus Koekkoek (1778-1851), een schilder van zeegezichten. Twee van zijn broers, Johannes (1811-1831) en Hermanus (1815-1882) legden zich vooral toe op zee- en rivierlandschappen. Een andere broer, Marinus Adrianus (1807-1862) schilderde als leerling van de beroemde Barend Cornelis uitsluitend landschappen.
Uit de latere generaties zijn de schilder van zeegezichten Johannes Hermanus Barend Koekkoek (1840-1912) en de schilder van stadsgezichten Willem Koekkoek (1839-1895) van belang.
Van de vele leerlingen van Barend Cornelis Koekkoek dient ook de Klevenaar Johann Bernhard Klombeck genoemd worden. Hij bereikte bijna de kwaliteit van zijn leermeester, maar nooit zijn populariteit.
Verder omvat de collectie van het B.C. Koekkoek-Huis een groot aantal schilderijen waarvan de makers langere of kortere tijd bij Koekkoek in de leer waren, zoals Willem Bodeman, F.M. Kruseman, Alexander Joseph Dawaille of Lodewijk Johannes Kleijn.